De lezing tijdens de 11 juli-viering zorgt voor politieke discussie. N-VA-gemeenteraadslid Steven Vanden Berghe vindt dat de bijdrage van de Nederlandse rechtsfilosoof Paul Cliteur onvoldoende aansloot bij de Vlaamse feestdag. Schepen van Cultuur Werner Somers (Forza Ninove) verwerpt die kritiek.
Het stadsbestuur wil van de Vlaamse feestdag een vaste jaarlijkse viering maken. Dat engagement staat ook in het meerjarenplan van Forza Ninove. Tijdens de editie van dit jaar stond naast het feestprogramma ook een lezing in het Oud Stadhuis op het programma.
Volgens Vanden Berghe lag de focus van de voordracht te weinig op Vlaanderen en Ninove. Daardoor vond hij dat de lezing niet paste binnen de viering van 11 juli. Hij meent dat de inhoud onvoldoende aansloot bij de betekenis van de Vlaamse feestdag.
Somers begrijpt die kritiek niet. Volgens hem vormde de lezing slechts één onderdeel van het volledige programma. Hij wijst erop dat de stad de viering de voorbije jaren bewust heeft uitgebreid en dat de jaarlijkse voordracht daar deel van uitmaakt.
Daarnaast benadrukt de schepen dat de keuze voor een spreker ook afhangt van de beschikbaarheid. Zo kwam Paul Cliteur volgens hem kosteloos naar Ninove. Verder kiest het stadsbestuur er bewust voor om geen politieke mandatarissen als spreker uit te nodigen.
Tot slot stelt Somers dat een gastspreker vrij moet kunnen bepalen welke onderwerpen hij behandelt. Volgens hem is het niet de bedoeling dat de stad vooraf de inhoud van een lezing vastlegt of beperkt. Daarom ziet hij geen reden om de kritiek van N-VA te volgen.



